Bambi


OP HERHALING: MIJN TWEEDE NEDERLANDSE KORTE VERHAAL IN EEN JAAR OF ZES.

Een kort verhaal dat ik schreef voor de Volkskrant Verhalenwedstrijd, met als thema ‘verkeerde vrienden’. Achteraf vind ik de verwerking van het thema een beetje clichématig (EEN BEETJE?), maar de sfeer, het ritme en de opbouw wel goed.
Maar oordeel vooral zelf, natuurlijk.

Bambi

Het is nog net geen nacht, de lucht zo’n blauwe bol met uitgeveegde roze slierten. Ik wou dat daar een naam voor was.

“Doorlopen, homes.” Vlak naast me ruik ik Jeffreys Hubba Bubba-adem, de bontkraag van zijn jas staat ver naar voren. Achter ons lopen Rico en Konijn. Konijn zegt dat hij Konijn wordt genoemd omdat hij veel neukt, maar ik weet beter: in groep zeven vertelde hij een verhaal dat zijn familie in Iran in een hol in de bergen woont, om stoer te doen. Sindsdien heet hij Konijn.

Om af te snijden naar het tankstation lopen we een aarden wal af. Het tankstation lijkt wel een geel eiland, beneden in het donker. “Flikker, blijf van me af.” Lachen. Rico is tegen Konijn aangelopen. “Hou je bek,” zegt Jeffrey.
We staan beneden en kijken door de grote ruit. Er is niemand binnen. Ik heb helemaal geen zin in vanavond. Ze hebben Lays Sensations, zie ik. Mijn favoriete chips.

We lopen langs de rijen onder het tl-plafond. Ik krab aan mijn nek, de rand van mijn trui zit klem onder mijn capuchon. Tussen de rijen voel ik de anderen bewegen. Als een troep wolven; je hoeft elkaar niet te zien om te weten waar iedereen is. Ik heb dat ook op het schoolplein. Soms denk ik: ik vind ze niet eens aardig. Vroeger ging ik om met Stefan, die woonde naast me en had een schildpad. Hij ging een niveau hoger doen.

Die caissière. Ik ken haar. Mandy, we zaten samen in de brugklas. Zij ging ook een niveau hoger doen. Ik moest altijd denken aan Mandy Moore, zo’n filmsterretje met veel tanden. Als je haar van een afstandje ziet is ze geil, maar als je dichterbij komt wil je niks meer met haar doen. Te perfect.
Ik treuzel bij de chips. Waarom werkt Mandy hier? Ze ziet er klein uit daar achter de balie. Wat is er mis gegaan? Die capuchon is te warm. Ik blijf maar rommelen tussen de zakken.

Jeffrey staat naast me. Rico en Konijn ergens achter ons. “Heb je wat?” Ik ruk een zak uit het rek. “Kom.” Ik blijf staan. Jeffrey kijkt achterom. Hij houdt zijn hoofd schuin, zoals wanneer hij me een spiekbriefje geeft. En knipoogt.

Ik trek mijn jas uit mijn nek. Zou ik Mandy alles uit kunnen leggen? We moesten een keer samen de gymzaal opruimen, maar we hadden geen zin. Ik lag op zo’n grote stapel matten die naar pleisters ruiken. Ze ging heel dichtbij zitten. Doe ik mijn ogen open, zie ik haar gezicht boven me. “Je hebt net zulke ogen als een hert.”

Blij dat niemand erbij was – dan heette ik nu Bambi.

We staan voor de kassa. Ik stik bijna. Naar beneden kijken! Ik kan het niet laten. Ze herkent me, ze lacht. Een piepklein pukkeltje naast haar neus. “NU,” roept Jeffrey. Het pistool zwaait onder zijn trui uit. Alsof het loodzwaar is. Iedereen wacht. Op mij. De nieuwe.

“Geld. We willen het geld,” zeg ik.

Share this:

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *