Onbeer 1


OP HERHALING: MIJN EERSTE NEDERLANDSE KORTE VERHAAL IN EEN JAAR OF ZES.

Dit verhaal schreef ik in het kader van de Opium-verhalenwedstrijd, met als thema ‘Verkeerde vrienden’. Net als clowns moet je teddyberen nooit vertrouwen, volgens mij. En dat blijkt maar weer.

Tedje beklom zo snel mogelijk de trap naar zijn kamer. Die was helemaal op zolder, ver weg van de woonkamer waar zijn moeder met haar dikke lijf en sigarettenwolk de dingen in beweging hield. Hoe hoger je kwam, hoe meer spoken. Tedje wilde niets liever dan zijn gezicht begraven in de vacht van Onbeer, de beer die hij van zijn vader had gekregen om hem tegen onweer te beschermen.

Eigenlijk heette hij Thaddeus, naar zijn vaders vader. Nu zijn vader dood was, had zijn moeder het meteen veranderd in Tedje. Hij moest er nog aan wennen.

Vanmiddag was Tedje naar het feestje van Roderick geweest, die bij hem in de klas zat. Roderick werd acht en had een hondje gekregen. Ze gingen in het bos spelletjes doen. Trefbal. Tedje was liever bij het hondje gebleven. Hij stond in een vak met een meisje met glanzend haar, een hockeyvriendinnetje van Roderick. Ze gooide niet naar hem, ook niet als hij kon scoren.
“Waarom loop je me te negeren?”
Haar ogen gleden langs hem heen. “Je stinkt.”
Hij had haar geslagen. Verdiend, vond hij. Rodericks vader moest hem van het meisje af trekken. Van Roderick mocht Tedje daarna niet blijven. Rodericks moeder bracht hem thuis en zette hem af op de hoek, waar hij had gewacht tot het acht uur was.

Tedje pakte Onbeer van de plank boven zijn bed. “Veel spoken vandaag,” mompelde hij. Onbeer knikte wijs. Waar de beer tegen zijn borst drukte werd Tedje helemaal warm.
Hij zette Onbeer terug en begon zijn ronde: drie keer meppen met zijn pols tegen de schuine houten balk. Hij werd meteen rustiger. Hierna ging hij naar de spijker op de gang, waar hij zijn handpalm tegenaan drukte tot de huid bijna knapte. Het bonken met zijn scheen tegen de bovenste traptree ging te hard. Hij gilde het uit.

Beneden roerde zich iets, Adele ging zachter. “Alles goed, Tedje?” riep zijn moeder.
Tedje wachtte tot de muziek weer hard werd gezet. Ineens sprongen de tranen in zijn ogen – nu pas. Zijn vader kwam altijd boven om met hem te praten. Nooit zijn moeder.

Hij liep zijn kamer weer in en ging op het bed zitten. Zijn hoofd was opeens helder, de spoken weken terug. Hij moest hiermee stoppen. Voor zijn vader.
“Wil jij me helpen, Onbeer?” vroeg hij.
“Natuurlijk, Thaddeus,” zei Onbeer. Hij hield zijn kop grappig scheef. “Ga maar lekker liggen.”
Het drong tot Tedje door dat hij zich weer niet had gewassen. “Niet erg,” zei Onbeer. “Ga nu maar slapen.”
Tedje ging onder de dekens liggen. Meteen werd hij soezerig. Bij Onbeer was hij veilig.

“Ik ga je helpen, Thaddeus,” zei Onbeer na een poosje. Tedje knikte, bijna in slaap.
“Je moet wraak nemen op Roderick.”
Tedje draaide zich onrustig om. “Hè…” mompelde hij. Iets klopte er niet. Maar voor hij kon bedenken wat het was, haalde de slaap hem definitief in.
“Het is niet moeilijk, hoor,” zei Onbeer. “Hij heeft toch een hondje gekregen?”
Tedje glimlachte in zijn slaap.

Share this:

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

One thought on “Onbeer

  • Een klager

    Maar… ze hebben je verhaal niet ontvangen? Je hebt het naar het verkeerde e-mailadres gestuurd? Je naam doet verdomde veel denken aan weer een nieuw pseudoniem van Arnon Grunberg, waarop ze je ‘voor het geval dat’ maar hebben genegeerd? Waarom ik dit vraag? Heb je de verhalen op de Opiumsite gelezen die het tot tien beste geschopt hebben? Ik wel.